Tips voor optimaal waarnemen

Hier volgen enkele tips die ervoor zorgen dat je het maximale uit de door jou gehuurde kijker haalt.

 

De waarneemcondities

Wanneer amateurastronomen het hebben over waarneemcondities, dan doelen ze vaak op twee atmosferische factoren die de kwaliteit van de hemel voor een groot deel bepalen, namelijk seeing en transparantie. Seeing betekend eigenlijk de stabiliteit van de lucht (atmosfeer). Wanneer je met een telescoop tijdens slechte seeing met een hoge vergroting naar de Maan zou kijken, dan zie je veel turbulentie, vergelijkbaar met de de laag lucht boven het wegdek op een hete dag. Sterren lijken meer te twinkelen. Met transparantie bedoelen we op hoe ‘doorzichtig’ de hemel is. Vocht en stofdeeltjes weerkaatsen licht waardoor de hemel minder donker is. Ideaal is dus een schone, droge atmosfeer. Deze twee verschijnselen worden vaak door elkaar gehaald maar staan los van elkaar, zo kan er bij slechte transparantie toch een goede seeing zijn.

De waarneemlocatie

Wat is een goede waarneemlocatie voor sterrenkunde? Kort samengevat:

  • Zorg dat je buiten bent! Onervaren waarnemers willen nog wel eens door een zolderraam of iets dergelijks waarnemen. Sterrenkijken is een buitenactiviteit!
  • Zorg dat er zo weinig mogelijk storende lichtbronnen zijn.
  • Zorg dat je een vrije horizon rondom hebt, is dat niet mogelijk dan bij voorkeur vrij zicht op het zuiden.
  • Hoe hoger de locatie, des te beter. Je voorkomt hierdoor dat je last krijgt van grondmist.
  • Vermijd steen of beton als ondergrond. Deze nemen gedurende de dag warmte op, die ’s nachts langzaam vrijkomt en zorgt voor turbulentie. Een grasveld is beter.

De telescoop laten acclimatiseren

Het best is het om de telescoop minimaal 30 minuten vóór aanvang van de waarneemsessie al buiten te zetten. Hoe groter de temperatuursomslag wanneer de telescoop van een warme kamer in de koude buitenlucht gezet wordt, hoe langer de kijker op temperatuur moet komen. Wanneer de kijker niet op temperatuur is, zullen hoge vergrotingen niet mogelijk zijn door turbulentie in de kijkerbuis.

De spiegels van de telescoop bestaan uit een vrij dikke plaat (zeer nauwkeurig geslepen) glas en door een radicale temperatuursomslag kan deze vervormen omdat het glas zich niet snel genoeg aan de wisselende temperatuur omstandigheden kan aanpassen. Dit voorkom je dus door de kijker op tijd buiten te zetten. De dop aan de voorkant van de kijker kan hierbij het best verwijderd worden. Wanneer je de kijker buiten zet, zet deze dan niet in de Zon en zorg dat de Zon ook niet in de buurt van de kijker kan komen,  hiermee bereik je juist het omgekeerde.

Nachtzicht en perifeer kijken

Je ogen hebben tussen de 20-30 minuten nodig om volledig aan de duisternis te wennen. Op dat moment is je oog het meest gevoelig in het donker  kun je de meeste details waarnemen. Elke keer wanneer je ogen aan licht worden blootgesteld, duurt het opnieuw tot een half uur voordat je ogen er weer aan gewend zijn. Mobiele telefoons, autolampen, straatlantaarns etc. dienen dus het best vermeden te worden.  Er is één uitzondering en dat is een zwak rood licht . Dit heeft geen invloed op je nachtzicht en kan dus gebruikt worden om sterrenkaarten en atlassen mee te bekijken. Bij onze huurtelescopen behoort zo'n rood lampje tot de standaarduitrusting. Het kan vaak ook nog helpen om met je hoofd onder een donkere deken of handdoek te gaan zitten, precies zoals fotografen dat vroeger deden. Hierdoor voorkom je dat er ongewenst licht in je ogen komt. 

Dan gaan we even naar het menselijk oog.  Het centrum van het netvlies is overdag erg gevoelig en zorgt ervoor dat we kleur kunnen zien in tegenstelling tot 's nachts, dan is juist het gebied buiten het centrum van het netvlies extra gevoelig. Het loont dus , wanneer je zwakke objecten wilt waarnemen, een beetje ‘naast’ het object te kijken. Hierdoor valt het licht buiten het centrum van het netvlies en kun je net wat beter zien.

Kleding en voedsel

Bij het sterrenkijken zit of sta je vaak voor langere tijd stil. Hierdoor koel je snel af, ook in de zomer. Zorg altijd voor warme kleding, je kunt beter een laag kleding uittrekken dan het koud hebben! Warm schoeisel is ook erg belangrijk, kou trekt immers altijd via de grond omhoog en koude voeten zorgen ervoor dat je hele lichaam afkoelt. Vermijd alcohol en sigaretten, deze vernauwen de bloedvaten en zorgen dat je ogen minder gevoelig zijn. Een thermoskan met warme thee of chocolademelk zijn perfect om weer ‘op temperatuur’ te komen.